Binnen schematherapie wordt aandacht besteed aan terugkerende negatieve patronen (van gedragingen, gevoelens en gedachten). Deze patronen worden valkuilen genoemd.
In deze therapie worden verschillende valkuilen ofwel schema’s onderscheiden, die in de jeugd zijn ontstaan. Voorbeelden hiervan zijn: verlatingsangst, emotionele verwaarlozing, extreem hoge eisen, wantrouwen/misbruik, extreme aanpassing. Deze valkuilen bepalen hoe we denken, voelen en handelen en hoe we met anderen omgaan. Ze zijn zeer krachtig en bepalen hoe jij jezelf en de wereld ziet. Overlevingsmechanismen, zoals vluchten, vechten of overgave beschermen ons tegen gevoelens als pijn, woede en angst. Die gevoelens hoeven echter niet waar te zijn.
Schematherapie gaat verder dan cognitieve gedragstherapie, waarin het denken en de verandering van gedrag centraal staan. De therapie is erop gericht om vanuit het gevoel weer verbinding aan te kunnen gaan, zodat patronen doorbroken worden en je weer dat leven kan leven dat jij wilt.